THERAPIE VOOR KINDEREN

Bij therapie gaan we in op de belevingswereld van het kind en de manier waarop met dingen wordt omgegaan. Met als doel het kind te helpen conflicten of angsten op te lossen, gedrag te veranderen en zijn gewone ontwikkeling verder door te maken. Ook is er aandacht voor eventuele belastende ervaringen. Contact is meestal eens per twee weken of (een periode) iedere week.

De vorm van de contacten kan erg verschillen. Dit is afhankelijk van wat past bij het kind en wat het doel van de therapie is. Er kan gestructureerd, semi-gestructureerd of meer losmakend worden gewerkt. Er kan worden gewerkt met huiswerkopdrachtjes, training, dagboekjes of er wordt in de therapie alleen gespeeld, geschilderd, spelletjes gedaan, naar muziek geluisterd enz.

Via spel, contact, het verwoorden van wat er speelt en opdrachtjes helpen we thema’s te begrijpen, te verwerken en er mee verder te kunnen. Therapie steunt, maar is (in een later stadium) ook confronterend. De eerste sessies gaan vooral over het opbouwen van contact en vertrouwen.

Hoe jonger het kind, hoe belangrijker de afstemming met de ouders is. Het kind mag in therapie zijn eigen dingen uiten. Vaak helpt het hem juist dat ouders dit niet direct weten. Toch moeten ouders mee blijven doen en kunnen geheimen belastend worden. Af en toe  is er dan ook overleg met de ouders om bij te praten over hoe het gaat. Bij complexere problemen is het  verstandig een aparte ouderbegeleider in te zetten.